Termen
Vierentwintig begrippen uit productteksten, werkplaatsdocumentatie en het APK-handboek.
- Aanslagrubber
- Rubberen blok dat het inveren begrenst. Bij een sterk verlaagde auto rust de veerpoot er permanent op.
- Camber
- Hoek van het wiel in het verticale vlak. Negatief betekent dat de bovenkant naar binnen staat.
- Caster
- Hoek van de stuuras, van opzij gezien. Bepaalt de neiging van het stuur om terug te lopen na een bocht.
- Demping
- Omzetting van veerenergie in warmte. Snelheidsafhankelijk, in tegenstelling tot vering.
- Drainagegat
- Geboord gat in een demper dat condenswater afvoert. Uitdrukkelijk toegestaan als uitzondering op de gasdichtheid.
- ET
- Inpersdiepte. Afstand tussen het montagevlak van de velg en het midden van de velgbreedte.
- Flexpijp
- Buigzaam deel in de uitlaat dat motorbewegingen opvangt. Scheurt zodra het systeem star wordt opgehangen.
- Karkas
- De draagstructuur van een band, onder het loopvlak. Zichtbaar karkas is een afkeurpunt.
- Lambdasonde
- Sensor in de uitlaat die het zuurstofgehalte meet. Verplicht op auto's van na 1995, samen met een katalysator.
- Loadindex
- Cijfer op de bandzijkant dat het maximale draagvermogen aangeeft.
- Naafcentrering
- Het wiel rust op de opstaande rand van de naaf in plaats van op de bouten.
- Onafgeveerde massa
- Alles wat de wegoneffenheden rechtstreeks volgt: wiel, band, rem en naaf.
- Plus-sizing
- Grotere velg met lagere band, zodanig dat de rolomtrek gelijk blijft.
- Progressieve veer
- Veer waarvan de stijfheid toeneemt naarmate hij verder wordt ingedrukt.
- Rolhoek
- De hoek waaronder de carrosserie in een bocht overhelt.
- Rolomtrek
- De afstand die een band per omwenteling aflegt. Bepaalt de aanwijzing van de snelheidsmeter.
- Spoelen
- Het meezuigen van verse lucht door de uitstromende uitlaatgassen tijdens de klepoverlap.
- Spoorbreedte
- Afstand tussen het midden van het linker- en het rechterwiel op dezelfde as.
- Stabilisatorstang
- Torsiestaaf die links en rechts verbindt en de rolhoek beperkt zonder het comfort aan te tasten.
- Tegendruk
- De weerstand die uitlaatgassen ondervinden op weg naar buiten.
- Toespoor
- Hoek van de wielen ten opzichte van de rijrichting, van boven gezien.
- Veerconstante
- Kracht die nodig is om een veer een millimeter in te drukken, in newton per millimeter.
- Veerweg
- Afstand tussen volledig uitgeveerd en volledig ingeveerd.
- Wielafscherming
- Het deel van de carrosserie dat het wiel afdekt. Band en wiel mogen er ten hoogste dertig millimeter buiten uitsteken.