Wielen
Bevestiging, naafgat en spacers
Waar het wiel op centreert en waarom een verkeerde moer een afkeurpunt is.
- Centrering
- op de naaf
- Artikel
- 5.2.24
- Moerkegel
- conisch of bol
Naafcentrering
Een wiel hoort te centreren op de opstaande rand van de naaf, niet op de bouten. Het naafgat in de velg past daar strak omheen.
Een velg met een groter naafgat hangt aan de bouten. Bij het aandraaien centreert het wiel dan bij toeval, en meestal net niet. Het gevolg is een trilling die met snelheid toeneemt en die met uitbalanceren niet weggaat.
Centreerringen
Een centreerring vult het verschil tussen naaf en naafgat. Kunststof ringen zijn gangbaar en voldoen, mits ze passen en blijven zitten. Aluminium ringen zetten bij vocht vast op de naaf.
Een ring draagt geen belasting: die rust op de bevestiging. De ring zorgt alleen dat het wiel rond het draaipunt komt te staan.
Moeren en bouten
Wielmoeren hebben een conisch of bolvormig aanlegvlak dat past bij de vorm van het gat in de velg. Een aftermarket velg vraagt vaak om een ander type dan de originele.
Een moer die met de verkeerde kant tegen de velg zit is een afkeurpunt. Artikel 5.2.24 eist dat wielen met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd.
Spacers
Een spacer verplaatst het wiel naar buiten. Dunne uitvoeringen tot ongeveer vijf millimeter gebruiken de originele bouten, waarbij de resterende draadlengte de beperking is: minimaal het aantal slagen dat de fabrikant voorschrijft moet worden gehaald.
Dikkere spacers hebben eigen bouten en een eigen naafrand, waardoor het wiel weer op de naaf centreert. Uitvoeringen zonder die rand zetten het wiel op de bouten en zijn daarmee dezelfde fout als een te groot naafgat.
Onderdelen
Bevestigingsmateriaal en onderstelonderdelen staan bij Extreme Carstyling.
Verder
Volgend onderwerp: Inpersdiepte en spoorbreedte. De rekenhulpen staan onder rekenwerk.